24-02-07

TWEEDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD C

EERSTE LEZING : Genesis 15,5-12.17-18 In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei: "Kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt". En Hij verzekerde hem: "Zo talrijk wordt uw nageslacht". Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan. Toen zei God tot hem. "Ik ben de Heer, die u uit Ur in Chaldea heb geleid om u dit land in bezit te geven". Abram vroeg: "Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?" Hij zei tot hem: "Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarig ram, een tortel en een jonge duif." Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg. Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overviel hem. Toen de zon was ondergegaan, en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken doorging. Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat. TWEEDE LEZING : Filippenzen 3,20 – 4,1 Broeders en zusters! Ons vaderland is in de hemel en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen. Daarom, mijn beminde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon, houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden. EVANGELIE : Lucas 9,28b-36 In die tijd nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg Tabor om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren, en zij spraken over zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan zei Petrus tot Jezus: "Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia". Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde werden zij door vrees bevangen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: "Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem." Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen er over en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.

13:05 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.