27-06-07

14DE (VEERTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Jesaja 66,10-14c

Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neem deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren! En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem. Want zo spreekt de Heer: als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot! Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn. Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren!

Tweede lezing : Galaten 6,14-18

Broeders en zusters, God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn! Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel willen leven, en over heel het volk Gods! Laat voortaan niemand mij lastig vallen want ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

Evangelie : Lucas 10,1-9

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: "De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere, in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is nu nabij.

21:23 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

19-06-07

13DE (DERTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING : I Koningen 19,16b.19-21 .

In die dagen zei de Heer tot Elia: Gij moet Elisa, de zoon van Safat zalven tot uw opvolger als profeet. Elia vertrok vandaar en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl die aan het ploegen was. Twaalf koppels ossen gingen voor hem uit; hijzelf bevond zich bij het twaalfde. Toen Elia langs kwam, wierp hij Elisa zijn mantel toe. Elisa liet de ossen in de steek, liep Elia achterna en zei: Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en mijn moeder; dan zal ik u volgen. Hij antwoordde hem: Ga maar weer terug; heb ik je soms tot iets verplicht? Hierop ging Elisa naar de ossen terug, slachtte er twee, kookte het vlees op het hout van de jukken en gaf het aan het werkvolk te eten. Daarna vertrok hij, volgde Elia en werd zijn dienaar.

TWEEDE LEZING : Galaten 5,1.13-18 .

Broeders en zusters, voor de vrijheid heeft Christus ons gemaakt. Houd dus stand en laat u niet weer het slavenjuk opleggen. Gij werdt geroepen om vrije mensen te zijn. Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; dient elkaar in liefde. Want de hele wet is vervat in dit éne gebod: "Bemin uw naaste als uzelf". Maar als ge elkaar blijft bijten en klauwen, vrees ik dat ge elkaar op den duur zult verslinden. Ik bedoel dit: leef naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. 

EVANGELIELEZING : Lucas 9,51-62 .

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. Deze kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden vroegen ze: "Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?" Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zij naar een ander dorp. Terwijl zij onderweg waren zei iemand tot Hem: "Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat". Jezus sprak tot hem: "De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten". Tot een ander sprak Hij: "Volg Mij". Deze vroeg: "Heer, laat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven". Jezus zei tot hem: "Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods". Weer een ander zeide: "Ik zal U volgen Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten". Tot hem sprak Jezus: "Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods".

09:04 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

14-06-07

JOHANNES DE DOPER

EERSTE LEZING : Jesaja 49,1-6 . Luistert naar mij, eilanden, spitst de oren, volkeren van ver: De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen, vanaf de schoot mijner moeder heeft Hij mijn naam genoemd. Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard gemaakt, met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt. Hij maakte van mij een geslepen pijl, en in zijn koker heeft Hij mij geborgen. Hij sprak tot mij: "Mijn dienaar zijt gij, Israël in wie lk mij zal verheerlijken." En ik heb gezegd: "Vergeefs heb ik mij afgetobd, mijn kracht loopt uit op leegheid en wind, maar mijn recht is bij de Heer, en mijn beloning bij mijn God." Nu echter sprak de Heer die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot, om Jakob terug te brengen tot Hem en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld. – Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer, en mij God is mijn sterkte. – Hij sprak: "Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt, om Jakobs stammen op te richten en de gespaarden van Israël terug te brengen. Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde." --- TWEEDE LEZING : Handelingen 13,22-26 . In die tijd zei Paulus: "Nadat God Saul verworpen had verhief Hij David tot koning van het volk Israël. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal volbrengen. Uit diens nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes vóór zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israël. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij: Wat ge meent dat ik ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken. Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden." --- EVANGELIE : Lucas 1,57-66.80 . In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde. Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei daarop: "Neen, het moet Johannes heten." Zij antwoordden haar: "Maar er is in uw familie niemand die zo heet." Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen. Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: "Johannes zal hij heten." Ze stonden allen verbaasd. Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: "Wat zal er worden van dit kind?" Want de hand des Heren was met hem. Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer. Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.

09:49 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

08-06-07

11DE (ELFDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING . II Samuël 12,7-10.13 In die dagen sprak de profeet Natan tot David: Zo spreekt de Heer de God van Israël: Ik heb u gezalfd tot koning over Israël, ik heb u bevrijd uit de macht van Saul, ik heb u het huis van uw heer geschonken en u de beschikking gegeven over de vrouwen van uw heer; ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven, en als dat te weinig is, wil ik er nog evenveel aan toevoegen. Waarom hebt gij dan het gebod van de Heer geminacht en gedaan wat hem mishaagt? Uria de Hethiet hebt gij met het zwaard geslagen, zijn vrouw hebt gij u toegeëigend en hemzelf hebt gij vermoord door het zwaard van de Ammonieten. Welnu het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis, omdat gij mij hebt geminacht en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen. Toen zei David tot Natan: Ik heb tegen de Heer gezondigd. Natan antwoordde: Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven: gij zult niet sterven. --- TWEEDE LEZING . Galaten 2,16.19-21 Broeders en zusters, wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de wet te onderhouden, maar alleen door het geloof in Christus Jezus. Ook wij zijn daarom in Christus Jezus gaan geloven, om rechtvaardiging te verkrijgen door dit geloof, en niet door daden die de wet voorschrijft; "want door zulke daden zal geen mens gerechtvaardigd worden," zegt de Schrift. Want ik ben dood voor de wet; door de wet ben ik gestorven om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer, Christus leeft in mij. Dit sterfelijk bestaan is voor mij nog slechts leven vanuit het geloof in Gods Zoon, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgeleverd. Alleen zó erken ik de genade van God. Als de wet ons kon rechtvaardigen, dan was Christus voor niets gestorven. --- EVANGELIE . Lucas 7,36-50 In die tijd vroeg een van de Farizeeën Jezus bij zich te eten. Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als zondares bekend stond, was te weten gekomen dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: "als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares". Jezus gaf hem ten antwoord: "Simon, ik heb u iets te zeggen". Waarop deze zei: "Zeg het, Meester". "Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig. Omdat zij die niet konden teruggeven schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?" Ik veronderstel, – antwoordde Simon – diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden". Jezus zei tot hem: "Uw oordeel is juist. Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: "Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; ge hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield sinds Ik binnenkwam niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik U haar zonden zijn haar vergeven, al zijn ze nog zo talrijk, want zij heeft veel liefde betoond. Weinig liefde betoont hij aan wie weinig wordt gegeven." Daarop sprak Hij tot haar: "Uw zonden zijn u vergeven." De andere gasten vroegen zich af: "Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?" Jezus zei tot de vrouw: "Uw geloof heeft u gered: ga in vrede." ---

17:25 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

02-06-07

10DE (TIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING . I Koningen 17,17-24 : In die dagen werd de zoon van Elia's gastvrouw ziek en zijn ziekte werd steeds erger, totdat alle leven uit hem geweken was. Toen zei de vrouw tot Elia: Man Gods, hoe heb ik het nu met u? Hebt u bij mij uw intrek genomen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te doen sterven? Hij antwoordde: Geef uw zoon aan mij. Hij nam het kind uit haar armen en bracht het naar de bovenkamer waar hij logeerde en legde het op zijn bed. Daarop riep hij de Heer aan en zei: Heer, mijn God, brengt Gij zelfs over de weduwe bij wie ik te gast ben onheil door haar zoon te laten sterven? Toen ging hij driemaal languit op het kind liggen. Daarop riep hij de Heer aan en zei: Heer, mijn God, laat toch de ziel in dit kind terugkeren. En de Heer gaf gehoor aan de bede van Elia: de ziel keerde terug in het kind en het leefde weer. Toen nam Elia het kind op, ging van de bovenkamer naar beneden, trad het huis binnen en gaf het kind aan de moeder. En Elia zei: Zie, uw zoon leeft. Daarop zei de vrouw tot Elia: Nu weet ik zeker dat u een man Gods bent en dat de Heer werkelijk door uw mond spreekt. --- TWEEDE LEZING : Galaten 1,11-19 : Ik verzeker u, broeders en zusters: het evangelie dat ik verkondigd heb, is niet door mensen uitgedacht. Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door en openbaring van Jezus Christus. Gij hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb, hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien, en hoe ik velen van mijn leeftijd en mijn volk overtrof op het stuk van de Joodse godsdienst in mijn hartstochtelijke ijver voor de overleveringen van het voorgeslacht. Maar toen besloot God, die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen, en mij riep door zijn genade, zijn Zoon aan mij te openbaren opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen. Daarna vertrok ik meteen naar Arabië, zonder een mens te raadplegen. Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken: en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand ontmoet behalve Jakobus, de broeder des Heren. EVANGELIELEZING : Lucas 7,11-17 : In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïm heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee. Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen toen daar een dode werd uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar. Toen de Heer haar zag gevoelde Hij medelijden met haar en sprak: "Schrei maar niet." Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: "Jongeling, Ik zeg je sta op!" De dode kwam overeind zitten en begon te spreken en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God, zeggende: "Een groot profeet is onder ons opgestaan," en: "God heeft genadig neergezien op zijn volk." En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het Joodse land en de wijde omtrek.

11:16 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |