07-10-07

28STE (ACHTENTWINTIGSTE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : II Koningen 5,14-17

In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder, zoals Elisa de man Gods gezegd had. Zijn huid werd weer als die van een klein kind en hij was gereinigd van zijn melaatsheid. Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug, trad zijn huis binnen, ging voor hem staan en zei: Nu weet ik dat er in Israël een god is, en nergens anders op aarde. Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden. Maar Elisa antwoordde: Zowaar de Heer leeft, wiens dienaar ik ben, ik neem niets van u aan. En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen, bleef hij weigeren. Toen zei Naäman: Geef mij dan tenminste een vracht aarde mee, zoveel als een koppel muildieren kan dragen, want uw dienaar wil aan geen andere Goden brand- of slachtoffers meer opdragen dan aan de Heer alleen.

Tweede lezing : II Timóteüs 2,8-13

Houd Jezus Christus in gedachten, Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap die ik verkondig en waarvoor ik zelfs als een misdadiger gevangenschap heb te lijden. Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan. Daarom ben ik bereid alles te verdragen, ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid. Hoe waar is dit woord: "Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen. Als wij Hém verloochenen, zal Hij óns verloochenen. Als wij ontrouw zijn blijft Hij trouw: zichzelf verloochenen kan Hij niet."

Evangelie : Lucas 17,11-19

Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: "Jezus, Meester, ontferm U over ons!" Hij zag hen en sprak: "Gaat u laten zien aan de priesters." En onderweg werden zij gereinigd. Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luider stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus' voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: "Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?" En Hij sprak tot hem: "Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered."

10:11 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liturgie, bijbel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.