21-07-07

16DE (ZESTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Genesis 18,1-10a

In die dagen verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe. Hij boog diep voor hen en zei: Wees zo welwillend, Heer, uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water laten brengen, was uw voeten en rust hier onder de boom. Ik zal brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis; gij zijt niet voor niets bij uw dienaar langs gekomen. Zij zeiden: Heel graag. Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: Neem gauw drie maten fijn meel, kneed het en bak er koeken van. Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel klaar te maken. Toen bracht hij hun kaas en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor. Terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: Waar is Sara, uw vrouw? Abraham antwoordde: Daar in de tent. Toen zei de bezoeker: over een jaar kom ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.

Tweede lezing : Kolossenzen 1,24-28

Broeders en zusters, ik verheug mij dat ik voor u mag lijden, en in mijn lijdend lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is. Ik ben haar dienaar geworden krachtens de opdracht die God mij gegeven heeft; namelijk om u het woord Gods te brengen in heel zijn volheid: om het geheim te verkondigen dat verborgen was voor alle eeuwen en alle generaties, maar dat nu is geopenbaard aan zijn gelovigen. Hen heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is onder de heidenvolken. En dit geheim bestaat hierin: "Christus in u" en ook: "hoop op een eeuwige heerlijkheid". Hem verkondigen wij dus wanneer wij allen, zonder onderscheid vermanen en onderrichten met alle wijsheid die ons gegeven is om ook allen, zonder onderscheid in Christus tot volmaaktheid te brengen.

<> Evangelie : Lucas 10,38-42

<>In die tijd kwam Jezus in een dorp, en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning. Ze had een zuster, Maria die – gezeten aan de voeten van de Heer – luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: "Heer, laat het U onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen." De Heer gaf haar ten antwoord: "Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden."  

<>

11:02 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

09-07-07

15DE (VIJFTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Deuteronomium 30,10-14

In die dagen sprak Mozes tot het volk: Als gij de stem van de Heer uw God hoort, dan moet ge Hem gehoorzamen en alle geboden en voorschriften onderhouden, die in dit wetboek staan opgetekend; dan moet gij met heel uw hart en heel uw ziel terugkeren tot de Heer uw God. De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen: Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen? Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen: Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen? Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.

Tweede lezing : Kolossenzen 1,15-20

Broeders en zusters, Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat

Evangelie : Lucas 10,25-37

In die tijd trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zeide: "Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?" Jezus sprak tot hem: "Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?" Hij gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf". Jezus zei: "Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven." Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: "En wie is mijn naaste?" Nu nam Jezus weer het woord en zei: "Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden. Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers gevallen is?" Hij antwoordde: "Die hem barmhartigheid betoond heeft." En Jezus sprak: "Ga dan en doet gij evenzo".

08:01 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liturgie, bijbel |  Facebook |

27-06-07

14DE (VEERTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Jesaja 66,10-14c

Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neem deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren! En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem. Want zo spreekt de Heer: als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot! Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn. Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren!

Tweede lezing : Galaten 6,14-18

Broeders en zusters, God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn! Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel willen leven, en over heel het volk Gods! Laat voortaan niemand mij lastig vallen want ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

Evangelie : Lucas 10,1-9

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: "De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere, in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is nu nabij.

21:23 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

19-06-07

13DE (DERTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING : I Koningen 19,16b.19-21 .

In die dagen zei de Heer tot Elia: Gij moet Elisa, de zoon van Safat zalven tot uw opvolger als profeet. Elia vertrok vandaar en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl die aan het ploegen was. Twaalf koppels ossen gingen voor hem uit; hijzelf bevond zich bij het twaalfde. Toen Elia langs kwam, wierp hij Elisa zijn mantel toe. Elisa liet de ossen in de steek, liep Elia achterna en zei: Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en mijn moeder; dan zal ik u volgen. Hij antwoordde hem: Ga maar weer terug; heb ik je soms tot iets verplicht? Hierop ging Elisa naar de ossen terug, slachtte er twee, kookte het vlees op het hout van de jukken en gaf het aan het werkvolk te eten. Daarna vertrok hij, volgde Elia en werd zijn dienaar.

TWEEDE LEZING : Galaten 5,1.13-18 .

Broeders en zusters, voor de vrijheid heeft Christus ons gemaakt. Houd dus stand en laat u niet weer het slavenjuk opleggen. Gij werdt geroepen om vrije mensen te zijn. Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; dient elkaar in liefde. Want de hele wet is vervat in dit éne gebod: "Bemin uw naaste als uzelf". Maar als ge elkaar blijft bijten en klauwen, vrees ik dat ge elkaar op den duur zult verslinden. Ik bedoel dit: leef naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. 

EVANGELIELEZING : Lucas 9,51-62 .

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. Deze kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden vroegen ze: "Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?" Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zij naar een ander dorp. Terwijl zij onderweg waren zei iemand tot Hem: "Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat". Jezus sprak tot hem: "De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten". Tot een ander sprak Hij: "Volg Mij". Deze vroeg: "Heer, laat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven". Jezus zei tot hem: "Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods". Weer een ander zeide: "Ik zal U volgen Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten". Tot hem sprak Jezus: "Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods".

09:04 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

14-06-07

JOHANNES DE DOPER

EERSTE LEZING : Jesaja 49,1-6 . Luistert naar mij, eilanden, spitst de oren, volkeren van ver: De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen, vanaf de schoot mijner moeder heeft Hij mijn naam genoemd. Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard gemaakt, met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt. Hij maakte van mij een geslepen pijl, en in zijn koker heeft Hij mij geborgen. Hij sprak tot mij: "Mijn dienaar zijt gij, Israël in wie lk mij zal verheerlijken." En ik heb gezegd: "Vergeefs heb ik mij afgetobd, mijn kracht loopt uit op leegheid en wind, maar mijn recht is bij de Heer, en mijn beloning bij mijn God." Nu echter sprak de Heer die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot, om Jakob terug te brengen tot Hem en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld. – Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer, en mij God is mijn sterkte. – Hij sprak: "Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt, om Jakobs stammen op te richten en de gespaarden van Israël terug te brengen. Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde." --- TWEEDE LEZING : Handelingen 13,22-26 . In die tijd zei Paulus: "Nadat God Saul verworpen had verhief Hij David tot koning van het volk Israël. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal volbrengen. Uit diens nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes vóór zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israël. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij: Wat ge meent dat ik ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken. Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden." --- EVANGELIE : Lucas 1,57-66.80 . In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde. Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei daarop: "Neen, het moet Johannes heten." Zij antwoordden haar: "Maar er is in uw familie niemand die zo heet." Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen. Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: "Johannes zal hij heten." Ze stonden allen verbaasd. Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: "Wat zal er worden van dit kind?" Want de hand des Heren was met hem. Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer. Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.

09:49 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

08-06-07

11DE (ELFDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING . II Samuël 12,7-10.13 In die dagen sprak de profeet Natan tot David: Zo spreekt de Heer de God van Israël: Ik heb u gezalfd tot koning over Israël, ik heb u bevrijd uit de macht van Saul, ik heb u het huis van uw heer geschonken en u de beschikking gegeven over de vrouwen van uw heer; ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven, en als dat te weinig is, wil ik er nog evenveel aan toevoegen. Waarom hebt gij dan het gebod van de Heer geminacht en gedaan wat hem mishaagt? Uria de Hethiet hebt gij met het zwaard geslagen, zijn vrouw hebt gij u toegeëigend en hemzelf hebt gij vermoord door het zwaard van de Ammonieten. Welnu het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis, omdat gij mij hebt geminacht en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen. Toen zei David tot Natan: Ik heb tegen de Heer gezondigd. Natan antwoordde: Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven: gij zult niet sterven. --- TWEEDE LEZING . Galaten 2,16.19-21 Broeders en zusters, wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de wet te onderhouden, maar alleen door het geloof in Christus Jezus. Ook wij zijn daarom in Christus Jezus gaan geloven, om rechtvaardiging te verkrijgen door dit geloof, en niet door daden die de wet voorschrijft; "want door zulke daden zal geen mens gerechtvaardigd worden," zegt de Schrift. Want ik ben dood voor de wet; door de wet ben ik gestorven om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer, Christus leeft in mij. Dit sterfelijk bestaan is voor mij nog slechts leven vanuit het geloof in Gods Zoon, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgeleverd. Alleen zó erken ik de genade van God. Als de wet ons kon rechtvaardigen, dan was Christus voor niets gestorven. --- EVANGELIE . Lucas 7,36-50 In die tijd vroeg een van de Farizeeën Jezus bij zich te eten. Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als zondares bekend stond, was te weten gekomen dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: "als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares". Jezus gaf hem ten antwoord: "Simon, ik heb u iets te zeggen". Waarop deze zei: "Zeg het, Meester". "Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig. Omdat zij die niet konden teruggeven schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?" Ik veronderstel, – antwoordde Simon – diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden". Jezus zei tot hem: "Uw oordeel is juist. Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: "Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; ge hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield sinds Ik binnenkwam niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik U haar zonden zijn haar vergeven, al zijn ze nog zo talrijk, want zij heeft veel liefde betoond. Weinig liefde betoont hij aan wie weinig wordt gegeven." Daarop sprak Hij tot haar: "Uw zonden zijn u vergeven." De andere gasten vroegen zich af: "Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?" Jezus zei tot de vrouw: "Uw geloof heeft u gered: ga in vrede." ---

17:25 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

02-06-07

10DE (TIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

EERSTE LEZING . I Koningen 17,17-24 : In die dagen werd de zoon van Elia's gastvrouw ziek en zijn ziekte werd steeds erger, totdat alle leven uit hem geweken was. Toen zei de vrouw tot Elia: Man Gods, hoe heb ik het nu met u? Hebt u bij mij uw intrek genomen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te doen sterven? Hij antwoordde: Geef uw zoon aan mij. Hij nam het kind uit haar armen en bracht het naar de bovenkamer waar hij logeerde en legde het op zijn bed. Daarop riep hij de Heer aan en zei: Heer, mijn God, brengt Gij zelfs over de weduwe bij wie ik te gast ben onheil door haar zoon te laten sterven? Toen ging hij driemaal languit op het kind liggen. Daarop riep hij de Heer aan en zei: Heer, mijn God, laat toch de ziel in dit kind terugkeren. En de Heer gaf gehoor aan de bede van Elia: de ziel keerde terug in het kind en het leefde weer. Toen nam Elia het kind op, ging van de bovenkamer naar beneden, trad het huis binnen en gaf het kind aan de moeder. En Elia zei: Zie, uw zoon leeft. Daarop zei de vrouw tot Elia: Nu weet ik zeker dat u een man Gods bent en dat de Heer werkelijk door uw mond spreekt. --- TWEEDE LEZING : Galaten 1,11-19 : Ik verzeker u, broeders en zusters: het evangelie dat ik verkondigd heb, is niet door mensen uitgedacht. Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door en openbaring van Jezus Christus. Gij hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb, hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien, en hoe ik velen van mijn leeftijd en mijn volk overtrof op het stuk van de Joodse godsdienst in mijn hartstochtelijke ijver voor de overleveringen van het voorgeslacht. Maar toen besloot God, die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen, en mij riep door zijn genade, zijn Zoon aan mij te openbaren opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen. Daarna vertrok ik meteen naar Arabië, zonder een mens te raadplegen. Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken: en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand ontmoet behalve Jakobus, de broeder des Heren. EVANGELIELEZING : Lucas 7,11-17 : In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïm heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee. Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen toen daar een dode werd uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar. Toen de Heer haar zag gevoelde Hij medelijden met haar en sprak: "Schrei maar niet." Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: "Jongeling, Ik zeg je sta op!" De dode kwam overeind zitten en begon te spreken en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God, zeggende: "Een groot profeet is onder ons opgestaan," en: "God heeft genadig neergezien op zijn volk." En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het Joodse land en de wijde omtrek.

11:16 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |