15-06-08

12DE (TWAALFDE) ZONDAG DOOR HET A-JAAR

Eerste lezing : Jr 20,10-13 . Verwijzing : Jr 20,10-13 .

Jeremia sprak: "Ik hoor velen fluisteren: Daar heb je 'Ontzetting-overal'. Breng hem aan. Ja, we brengen hem aan. Al mijn vrienden willen niets liever dan mij ten val brengen. Ze zeggen: Misschien laat hij zich misleiden, dan overmeesteren we hem en kunnen we ons op hem wreken. De Heer is bij mij als een machtig strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, ze zullen niet overwinnen. Ze worden diep beschaamd, nooit bereiken ze iets. Hun schande duurt eeuwig, ze wordt nooit vergeten! Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt. Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd. Zingt een lied, een loflied voor de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered."

Tweede lezing : Rom 5,12-15 . Verwijzing : Rom 5,12-15 .

Broeders en zusters, door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. Er was immers reeds zonde in de wereld, vóór de wet er was. Maar zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van één mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus.

Evangelie : Mt 10,26-33 . Verwijzing : Mt 10,26-33 .

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: "Weest niet bang voor de mensen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet één mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, hem zal ook Ik verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is." 

14:18 Gepost door bijbelleerhuis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liturgie, bijbel |  Facebook |

08-06-08

11DE (ELFDE) ZONDAG DOOR HET A-JAAR

Eerste lezing : Ex 19,2-6a . Verwijzing : Ex 19,2-6a .

In die dagen kwamen de Israëlieten in de Sinaïwoestijn waar zij dicht bij de berg hun kamp opsloegen. Mozes ging de berg op, naar God. Toen hij boven was sprak de Heer hem daar aan en zei: "Dit moet gij zeggen tot het huis van Jakob en doen weten aan de zonen van Israël. Met eigen ogen hebt gij gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte, hoe Ik u op arendsvleugelen gedragen en hier bij Mij gebracht heb. Als gij aan mijn woord gehoorzaamt en mijn verbond onderhoudt, dan zult ge – hoewel de hele aarde Mij toebehoort – van alle volken op bijzondere wijze mijn eigendom zijn. Gij zult mijn priesterlijk koninkrijk en mijn heilig volk zijn."

Tweede lezing : Rom 5,6-11 . Verwijzing : Rom 5,6-11 .

Broeders en zusters, Christus is voor goddelozen gestorvan op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. Men zal niet licht iemand vinden, die zijn leven geeft voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand in een bepaald geval dit van zich kunnen verkrijgen. God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, dank zij Hem ontkomen aan de toorn. Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder zullen wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. En dat niet alleen: nu reeds juichen wij in God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

Evangelie : Mt 9,36 – 10,8 . Verwijzing : Mt 9,36 - 10,8 .

In die tijd werd Jezus bij het zien van de menigte door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: "De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten." Hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste, Simon die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon de IJveraar en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: "Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven."

06:26 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: liturgie, bijbel |  Facebook |

01-06-08

10DE (TIENDE) ZONDAG DOOR HET A-JAAR

Eerste lezing : Hos 6,1a.3-6 . Verwijzing : Hos 6,1a.3-6

Zo spreekt de Heer: "In hun nood zullen zij naar Mij uitzien en zeggen: Wij willen de Heer liefhebben, ons inspannen om Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad vertoont Hij zich, komt Hij over ons als de regen, als de lenteregen die de aarde drenkt. Wat moet Ik met u beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met u beginnen, Juda? Uw vroomheid is als de morgennevel, als de dauw die vroeg in de morgen verdwijnt. Daarom heb Ik op u ingeslagen door de profeten, heb Ik de dood gebracht door de woorden van mijn mond: mijn oordeel brak door als het licht. Want vroomheid wens Ik, geen offergaven, en liefde voor God meer dan brandoffers."

Tweede lezing : Rom 4,18-25 . Verwijzing : Rom 4,18-25 .

Broeders en zusters, tegen alle hoop in heeft Abram gehoopt, en geloofd dat hij vader zou worden van vele volken, gelijk hem gezegd was: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. Zijn geloof verflauwde niet, toen hij, de honderdjarige, dacht aan zijn eigen afgeleefd lichaam en aan de dorre schoot van Sara. Hij twijfelde geen ogenblik aan Gods belofte. Integendeel, hij heeft God geëerd door de kracht van zijn geloof, door zijn vaste overtuiging dat God bij machte is te volvoeren wat Hij heeft toegezegd. Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend. Deze woorden werden niet alleen neergeschreven om zijnentwille, maar ook om ons, wie het geloven eveneens zal worden aangerekend, daar wij geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt: Jezus die is overgeleverd om onze misslagen en is opgewekt om onze rechtvaardiging.  <>

<>Evangelie : Mt 9,9-13 . Verwijzing : Mt 9,9-13 . In die tijd trok Jezus verder. Hij zag iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: 'Volg Mij'. De man stond op en volgde Hem. Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: "Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?" Jezus hoorde dit en zei: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars."

<>

 

15:56 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

19-11-07

34STE (VIERENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR C - CHRISTUS KONING

Eerste lezing : II Samuël 5,1-3

In die dagen begaven alle stammen van Israël zich naar David in Hebron en zeiden: Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed. Vroeger al, toen Saül nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. Daarenboven heeft de Heer u verzekerd: Gij zult mijn volk Israël hoeden; gij zijt het die over Israël zult heersen. Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron en koning David sloot met hen in Hebron een verbond ten overstaan van de Heer en zij zalfden David tot koning over Israël.

Tweede lezing : Kolossenzen 1,12-20

Broeders en zusters, wij danken God, de Vader, blijmoedig, omdat Hij u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen en te leven in het licht. Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. In Hem is onze bevrijding verzekerd en zijn onze zonden vergeven. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de Kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.

Evangelie Lucas 23,35-43

In die tijd, toen Jezus aan het kruis hing stond het volk toe te kijken; de overheidspersonen zeiden: "Anderen heeft Hij gered; laat Hij zichzelf eens redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!" De soldaten brachten Hem zure wijn, en ook zij voegden Hem spottend toe: "Als Gij de koning der Joden zijt red dan uzelf." Boven Hem stond als opschrift in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: "Dit is de koning der Joden." Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem: "Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons." Maar de andere strafte hem af en zei: "Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat wij door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan." Daarop zei hij: "Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt." En Jezus sprak tot hem: "Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs."

09:20 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgien |  Facebook |

12-11-07

33STE (DRIEËNDERTIGSTE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Maleachi 3,19-20a

Zie: de dag gaat komen, de dag die als een oven brandt. Al de hoogmoedigen, alwie boosheid bedrijft, zij allen worden stoppels, in brand gezet door de dag die gaat komen – zo spreekt de Heer van de hemelmachten – zodat hij van hen geen wortel, geen halm meer overlaat. Maar voor u, die mijn Naam vreest, gaat de zon van de gerechtigheid op, en met haar vleugels brengt zij genezing. Zo spreekt de Heer van de hemelmachten.

Tweede lezing : II Tessalonicenzen 3,7-12

Broeders en zusters, hoe gij ons moet navolgen is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood gegeten zonder te betalen. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging: Ook toen wij bij u waren hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. Wij hebben namelijk gehoord dat sommigen bij u werkeloos rondhangen en alle moeite schuwen, maar wel zich met alles bemoeien. In de naam van de Heer Jezus Christus gebieden en vermanen wij zulke mensen dat zij regelmatig moeten werken en hun eigen kost verdienen.

Evangelie : Lucas 21,5-19

In die tijd, toen sommigen opmerkten hoe de tempel daar prijkte met zijn fraaie stenen en wijgeschenken zei Jezus: "Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen dat er geen steen op de andere gelaten zal worden: alles zal verwoest worden." Ze vroegen Hem nu: "Meester, wanneer zal dat dan gebeuren?" Maar Hij zei: "Weest op uw hoede dat gij niet in dwaling gebracht wordt. Want velen zullen optreden in mijn Naam en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij. Loopt niet achter hen aan. En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u dan niet uit het veld slaan. Dat alles moet wel eerst gebeuren maar het einde volgt niet terstond." Toen sprak Hij tot hen: "Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen hevige aardbevingen zijn, en hongersnood en pest, nu hier dan daar, schrikwekkende dingen en aan de hemel geweldige tekenen. Maar nog vóór dit alles geschiedt zullen zij u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangen zetten, u voor koningen en stadhouders voeren omwille van mijn Naam. Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis. Welnu, prent het u in dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden. Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Ge zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden en sommigen van u zullen ze ter dood brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam: geen haar van uw hoofd zal verloren gaan. Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen."

09:33 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

05-11-07

32STE (TWEEËNDERTIGSTE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : II Makkabeeën 7,1-2.9-14

In die dagen werden zeven broers met hun moeder gevangen genomen. De koning wilde ze dwingen van het verboden varkensvlees te eten door ze met roeden en zwepen te geselen. De eerste van hen, die optrad als hun woordvoerder, sprak als volgt: Waarom wilt gij ons ondervragen en wat wilt gij van ons te weten komen? Wij zijn bereid te sterven, liever dan de wetten van onze voorouders te overtreden. Toen de eerste gestorven was, riep de tweede broer, kort voordat hij de geest gaf: Booswicht, gij kunt ons wel het tegenwoordige leven ontnemen, maar de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, laten opstaan tot een eeuwig leven. Na hem werd de derde gemarteld. Zonder enige vrees sprak hij: Ik heb deze ledematen van God gekregen; uit eerbied voor zijn wetten doe ik er afstand van, maar ik hoop ze eens weer terug te krijgen. De koning en zijn omgeving stonden verbaasd over zoveel moed bij de jongeman, die zijn folteringen zonder één moment van zwakte doorstond. Toen hij dood was werd de vierde broer op dezelfde wijze gefolterd en gepijnigd. Op het punt te sterven riep hij nog uit: Het is niet zo erg door mensen omgebracht te worden, wanneer wij mogen vertrouwen op Gods belofte dat Hij ons weer zal laten verrijzen. Voor u echter zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn!

Tweede lezing : II Tessalonicenzen 2,16 – 3,5

Broeders en zusters, moge de Heer Jezus Christus zelf, moge God, onze Vader die ons zijn liefde heeft betoond, en die ons in zijn genade eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken, uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds, in woord en daad. Voorts, broeders en zusters, bidt voor ons, opdat het woord des Heren overal zoals bij u zijn luisterrijke loop mag volbrengen, en opdat wij verlost worden van die kwaadaardige en boze lieden; want het geloof is niet aller deel. Maar de Heer is getrouw: Hij zal u sterken en behoeden voor de boze. In de Heer vertrouwen wij op u dat gij doet wat wij bevelen en dit ook zult blijven doen. Moge de Heer uw harten neigen tot de liefde Gods en tot de standvastigheid van Christus.

Evangelie Lucas 20,27-38

In die tijd kwamen enigen van de Sadduceeën, die de verrijzenis loochenen, bij Jezus met de vraag: "Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan: Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft dan moet hij diens vrouw nemen en aan zijn broer een nageslacht geven. Nu waren er eens zeven broers. De eerste trouwde en stierf kinderloos. De tweede en de derde namen de vrouw en de een na de ander stierven ze alle zeven zonder kinderen na te laten. Het laatste stierf ook de vrouw. Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw? Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad." Jezus sprak tot de Sadduceeën: "De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven, maar zij die waardig gekeurd zijn deel te krijgen aan de andere wereld en aan de verrijzenis uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven. Zij kunnen immers niet meer sterven omdat zij als engelen zijn; en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God. Dat de doden verrijzen, heeft ook Mozes aangeduid waar het gaat over de braamstruik, doordat hij de Heer noemt: de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob. De Heer is toch geen God van doden maar van levenden want voor Hem zijn allen levend."

19:52 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

29-10-07

31STE (EENENDERTIGSTE) ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing : Wijsheid 11,23 – 12,2

Heer, heel de aarde is voor U als een stofje op de weegschaal, als een vroege dauwdruppel die neervalt op aarde. Maar Gij ontfermt u over allen, want Gij vermoogt alles; en Gij let niet op de zonden der mensen, opdat ze tot inkeer komen. Gij houdt immers van alles wat bestaat, en verafschuwt niets van wat Gij geschapen hebt; want zoudt Gij iets haten, dan had Gij het niet geschapen. Hoe zou er iets kunnen blijven bestaan tegen uw wil, hoe zou behouden kunnen blijven wat Gij niet gemaakt hebt? Ja, alles spaart Gij, want alles is van U, Heerser vol liefde voor al wat leeft! Uw onvergankelijke geest is aanwezig in alles wat bestaat. Daarom straft Gij de zondaars met mate, en herinnert ze waarschuwend aan hun zonden, opdat ze hun boosheid verlaten en trouw blijven aan U, Heer.

Tweede lezing : II Tessalonicenzen 1,11 – 2,2

Broeders en zusters, telkens opnieuw bidden wij onze God, dat Hij u zijn roeping waardig maakt en al uw goede voornemens en elke daad van uw geloof met macht tot volkomenheid brengt. Dan zal de Naam van onze Heer Jezus in u verheerlijkt worden – en gij in Hem – door de genade van onze God en de Heer Jezus Christus. Wij moeten u echter verzoeken, broeders en zusters, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met Hem niet zo gauw uw bezinning te verliezen. Laat u toch niet opschrikken door profetieën of uitspraken of een brief die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag van de Heer is aangebroken.

Evangelie : Lucas 19,1-10

In die tijd ging Jezus Jericho binnen. Terwijl Hij er doorheen trok poogde een zekere Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, te zien wie Jezus was. Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte, want hij was klein van gestalte. Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit en hij klom in een wilde vijgeboom omdat Jezus daar langs zou komen. Toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij omhoog en zei tot hem: "Zacheüs, klim vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn." Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap. Allen zagen dat en merkten morrend op: "Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!" Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak: "Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb geef ik het hem vierdubbel terug." Jezus sprak tot hem: "Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was."

18:55 Gepost door bijbelleerhuis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |